MTB rijgedrag en rijtechniek

  » Het bos wordt gebruikt door vele recreanten die allen op hun eigen manier willen recreëren zonder daarbij last van elkaar te hebben.
Om dit te bewerkstelligen zijn er een aantal regels waaraan een ieder zich dient te houden.

  » Draag altijd een fietshelm!!!
  » Blijf altijd op de bewegwijzerde MTB route.
  » Kom niet op uitgezette wandelroutes en ruiterpaden.
  » Rem rustig af wanneer er wandelaars naderen, groet vriendelijk en passeer.
  » Train in kleine groepjes. Dat is veiliger en prettig voor de dieren.
  » Rem rustig af om de bosgrond op zijn plaats te houden.
  » Houd je fiets onder controle in afdalingen en bochten.
  » Pas je snelheid aan de omgeving aan.
  » Laat geen afval achter


  » Afstelling
Begin allereerst met het juist afstellen van het zadel, maar wat is nu precies de juiste hoogte? De juiste hoogte is als je op het zadel zit en met
één voet (hak) op het pedaal staat dan moet dit been licht gebogen zijn, met het andere kun je nog net met je tenen de grond raken.
De zadelstand kun je eventueel ook nog veranderen, door deze wat naar voren of naar achteren te plaatsen, zorg hierbij dat de punt niet te hoog staat. Hier is verder geen vaste stand voor, als het maar lekker en comfortabel zit.
Let ook eens op de stand van het stuur, als je pijn aan de rug krijgt onder het fietsen dan zul je de stuurpen iets hoger of lager moeten afstellen. Dit is geheel afhankelijk van het type mountainbike. Bij een XC mountaintainbike zit je meer voorover terwijl je bij een freeride meer rechtop zit.
Zorg er als laatste voor dat je armen en benen licht gebogen zijn om zo ontspannen te kunnen mountainbiken en om de schokken te kunnen opvangen. Dit geldt ook voor de volgeveerde mountainbike rijders onder ons.

  » Balans
De basis van het mountainbiken is om te kunnen balanceren ook wel 'trackstand' genoemd.
Om je balans te verbeteren kun je dit het beste stilstaand oefenen. Dit betekent dat je stilstaat met de mtb zonder dat je voeten de grond raken.
Zorg dat je ontspannen op je fiets zit en houdt je armen en benen licht gebogen. Houdt het stuur hierbij losjes vast. Kom (langzaam) tot stilstand en zet de versnelling niet te zwaar. Zorg dat je pedalen horizontaal staan. Als je rechtshandig bent dan zet je het rechterbeen voor en als je linkshandig bent zet je het linkerbeen voor. Zet nu een klein beetje kracht op het voorste pedaal en houdt de voorrem in zodat je net niet vooruit komt. Draai dan je voorwiel in de richting van je voorste been. Het is zo niet al te moeilijk om de juiste balans te vinden.

Tip! Door kleine bewegingen met het stuur te maken kun je beter balanceren.


  » Remmen
De rechter remhendel is meestal de achterrem en de linker remhendel de voorrem. Gebruik in de meeste gevallen over de verharde paden de voorrem 20% en de achterrem 80%. In het zanderige terrein is dit vaak omgekeerd. Dit wordt gedaan om zo de controle over je mtb niet te verliezen en om te voorkomen dat je in de slip raakt.

Tip! Houd je remmen zo veel mogelijk moddervrij en droog om zo over de maximale remkracht te beschikken.

  » Bochten
Verminder je snelheid en zorg dat je altijd aan de buitenkant van het pad zit en kijk goed de bocht door zodat je goed kan insturen. De meeste bochten neem je van buiten naar binnen. Verplaats bij het nemen van een bocht altijd je gewicht in de richting van de bocht. Laat altijd je mtb doorrollen en rem nooit. Heb je de bocht niet goed ingeschat en is die te scherp en kun je niet meer bijsturen dan kun je eventueel met de achterrem bijremmen of slippen om zo goed de bocht door te komen. Dit kan ook door rustig aan te zetten, dit is afhankelijk van de snelheid waarmee je de bocht neemt. Let ook erop dat je voet in de binnenbocht altijd omhoog houdt zodat deze niet de grond of andere obstakels kan raken, om zo ongewenste valpartijen te voorkomen. Probeer ook altijd je gewicht zo laag mogelijk bij de grond te houden, zo heb je meer grip.

Tip! Neem de bocht rustig, schakel tijdig terug bij scherpe bochten, stuur goed mee met je lichaam en houd je gewicht zo laag mogelijk bij de grond.


  » Klimmen
Klimmen, de een kijkt er als een berg tegenop en de ander kan er geen genoegen van krijgen.
Zorg voor het klimmen altijd dat je mountainbike in de juiste versnelling staat, als je dit tijdens het klimmen nog moet doen bestaat er een grote kans dat de ketting overslaat. Trap altijd in je eigen tempo omhoog en blijf zo lang mogelijk in het zadel zitten. Dit laatste zorgt ervoor dat je minder kracht verspilt i.p.v. staand fietsen, dit scheelt ongeveer 10% in zuurstof en hartslag. Tevens houd je ook voldoende druk op de achterband.
Buig bij steile hellingen je ellebogen en leun wat naar voren, houdt hierbij wel de rug recht. In deze positie verleg je namelijk het zwaartepunt waardoor er gewicht wordt verplaatst wat zorgt dat je meer grip krijgt. Ook ontwikkel je op deze manier meer klimkracht. Kies tevens altijd het beste pad met zo weinig mogelijk zand, stenen en boomwortels.

Tip! Houd altijd je eigen snelheid aan en blijf zo lang mogelijk in het zadel.


  » Afdalen
Om zonder kleerscheuren een afdaling te nemen kijk je altijd ruim vooruit. Houd je pedalen horizontaal, dit voorkomt dat je ergens blijft hangen en is makkelijker om te springen. Houd altijd je vingers bij de remmen en gebruik bij het remmen zoveel mogelijk de achterrem. Kom van je zadel los, zo belast je namelijk je rug minder. Verplaats je lichaam naar achteren en zorg dat je armen en benen ietwat gebogen zijn om zo de schokken op te vangen.
Bij steile hellingen is het beter om achter je zadel te gaan hangen. Deze houding is vreemd, maar in deze positie voorkom je dat je voorover duikt bij het remmen, zelfs bij het hard inknijpen van de voorrem. Raak nooit in paniek als er opeens bulten zijn die harder en heftiger aankomen dan gedacht.
Als je tijdens een afdaling in geulen of sporen terecht komt, probeer deze dan altijd te blijven volgen. Als je namelijk eruit wilt sturen dan heb je een grote kans dat je voorwiel wegschuift en dat levert meestal een valpartij op. Springen kan natuurlijk wel.

Tip! Blijf niet op je zadel zitten. Stop nooit midden op een helling en vang schokken op met gebogen armen en benen.


  » Obstakels
Handig om snel en veilig over obstakels (beneden de 20cm) heen te komen.
Zorg dat je genoeg snelheid hebt, liever te hard dan te zacht. Bij het te zacht naderen van een obstakel is de kans dat je er onderuit gaat vele malen groter dan dat je te hard gaat.
Houd je pedalen horizontaal (met de grond) en houd je armen en benen licht gebogen.
Breng je lichaam iets naar achteren en zorg dat je armen en benen goed gebogen zijn. Nu ben je klaar om de klap op te vangen. Het is mogelijk om nu je voorwiel iets op te tillen. Vang de klap altijd op met je armen en benen om zo je rug te sparen en kom iets los van het zadel. Zorg bij het raken van het obstakel met je voorwiel dat je fiets de mogelijkheid heeft om naar je borst te komen.
Als het voorwiel aan de andere kant de grond weer raakt is het belangrijk dat je de armen weer terugbrengt naar de uitgangspositie en druk je fiets aan de voorkant weg. Dit is nodig om ook je achterwiel goed over het obstakel te laten komen. Op het moment dat je met het achterwiel het obstakel raakt is het nodig om je gewicht te verplaatsen van achter naar voor.

Tip! Vang klappen altijd op met gebogen armen en benen om zo je rug te ontlasten.

  » Snelheid
Een extra vermelding over de snelheid omdat de meeste ongelukken gebeuren omdat mensen te langzaam rijden. Hard rijden heeft als voordeel dat sommige acties beter uitkomen. Tevens heeft harder rijden als voordeel dat je kleine obstakels niet of minder voelt dan wanneer je langzaam rijdt, daardoor is de fiets ook stabieler en behoud je de controle over de fiets. Een snelle fiets is tenslotte een stabiele fiets.

Tip! Rijd liever hard dan te langzaam maar anticipeer in de situatie om zo valpartijen te voorkomen.


  » Springen
Springen is erg handig om over obstakels te komen.
Zorg altijd dat je een goede snelheid hebt ook hierbij geldt te hard is beter dan te langzaam. Plaats je pedalen horizontaal met de grond. Kom nu langzaam van je zadel los en houd je armen en benen licht gebogen, verdeel je gewicht over de fiets. Vlak voor het opstakel duw je de fiets naar beneden en dan spring je omhoog. Zorg nu voor een goede balans en probeer op het achterwiel de grond weer te raken. Springen is vrij lastig, oefen het daarom ook eerst goed. Klikpedalen zijn in deze situatie meer geschikt maar benodigd enige ervaring.

Tip! Rijd liever te hard dan te langzaam maar anticipeer in de situatie om zo valpartijen te voorkomen en doe deze oefening pas als je de mtb goed kan beheersen.


  » Vallen
Iedereen valt wel een keer. Om deze kans zo klein mogelijk te maken moet je eerst weten dat een fiets ook grenzen heeft. Probeer nieuwe dingen altijd alleen en rustig uit. Laat je nooit overhalen door anderen om dingen te doen wat jezelf helemaal niet wilt. Een afdaling lopen is nog altijd beter dan in het ziekenhuis liggen. Verken een nieuw terrein altijd rustig en zorg dat je altijd geconcentreerd en beheerst over de weg en het terrein rijdt. Hoe voorzichtig je ook bent je kan niet zien wat iemand anders van plan is te gaan doen, houdt daarom altijd voldoende afstand van je voorganger, zeker in lastige stukken terrein. Waarschuw als laatste ook altijd de mensen die achter je rijden.

Tip! Rijd rustig en geconcentreerd, laat je nooit overhalen door anderen en houd voldoende afstand.


  » Rijden in de modder
Zorg bij het rijden in modder voor goede banden met grote noppen zodat de modder er tijdens een rit tussenuit kan vallen.
Pomp de banden niet te hard op, anders zak je diep in de modder weg. Modder en water vormen aanslag op de ketting wat kan leiden tot een kettingbreuk. Smeer daarom de ketting voor de rit in met een anti-water en modder product. Zorg ook dat je remblokken schoon zijn zodat je de volledige remkracht tot je beschikking hebt. Slecht schakelen en remmen komt vaak doordat er modder en water in de buitenkabels gaat zitten. Neem deze daarom ook altijd mee in een onderhoudsbeurt en vervang eventueel de binnen en buitenkabel tijdig om ellende achteraf te voorkomen.
Als je door modder rijdt probeer dan achter op je zadel te blijven zitten en rij dan in een versnelling lager dan dat je op droog terrein doet, dit om spinnen te voorkomen. Gebruik tijdens het rijden ook af en toe de remmen om zo de velg en remmen schoon te houden. Kijk tevens uit als je door een plas water rijdt, want je kunt de diepte van de plas niet schatten en eventuele obstakels niet zien.

Tip! Zorg voor banden met een goed profiel en grote noppen, mijd plassen en smeer alle bewegende delen goed in met een anti-water en modder spray.


  » Winter
Sneeuw hoeft niet altijd een probleem te zijn, het is een kwestie van het toepassen van een andere techniek. Probeer zoveel mogelijk het gewicht op het achterwiel te plaatsen om zo je voorwiel boven de sneeuw te houden, in plaats van dat het gaat snijden. Stuur zoveel mogelijk met je heupen en houd het stuur zoveel mogelijk recht om zo de kans op vallen zo klein mogelijk te houden.
Rijd bij voorkeur met goede banden met grote noppen en pomp te band zacht op om zo meer grip te krijgen. Houd er ook altijd rekening mee dat er obstakels onder de sneeuw kunnen liggen. Let er tevens op dat je voldoende drinkt en dat je warm blijft.

Tip! Zorg voor banden met een goed profiel en grote noppen, rijd met zachte banden, houd je stuur recht en stuur zoveel mogelijk met je heupen.